De Nederlandse strijd tegen doping

De Olympische Spelen in Londen starten volgende week. Er zullen weer vele dopingcontroles zijn om de wedstrijden zo eerlijk mogelijk te laten verlopen. In Nederland zijn er vorig jaar al 2.593 controles gehouden bij sporters. Maar hoe ziet het Nederlandse dopingbeleid er verder uit?

Tijdens de Tour de France die vorige week eindigde in Parijs stapten de wielrenners Frank Schleck en Rémy di Gregorio af omdat ze positief werden getest op verboden middelen. Ook hield de rechtszaak tegen Lance Armstrong het wielerpeloton bezig. De vijfvoudig winnaar van de Tour de France wordt er van verdacht prestatieverhogende middelen te hebben gebruikt. De laatste bekende Nederlandse sporter die betrapt is op doping, is Thomas Dekker. De wielrenner werd op 1 juli 2009 voor twee jaar geschorst wegens het gebruik van het prestatieverhogende middel EPO. Hij kreeg zijn middelen vermoedelijk van de Italiaanse dokter Luigi Cecchini. Dat zou een tussenpersoon zijn van de Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes. Dit is echter nooit bewezen. De Italiaanse dokter had ook andere wielrenners onder zijn hoede, zoals Basso, Jan Ullrich en David Millar. Zij zijn allen betrapt op het gebruik van verboden middelen.

In Nederland is de Nederlandse Dopingautoriteit verantwoordelijk voor het testen van de sporters op verboden middelen. Ook moeten de atleten opgeven  waar ze verblijven (ook wel whereabouts genoemd), zodat ze altijd gecontroleerd kunnen worden. Volgens Herman Ram, de directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit, zijn er wel verstrekkers van doping In Nederland aanwezig. ‘Er is echter geen situatie die vergelijkbaar is met de Spaanse dokter  Fuentes’, aldus Ram. Fuentes verstrekte doping aan een groot aantal (vooral Spaanse) sporters, waardoor er een dopingnetwerk ontstond. Een aantal zaken tegen atleten die gebruikt gemaakt hebben van de diensten van de Spaanse arts, zijn nog steeds bezig.

Mochten Nederlandse artsen zich bezighouden met het verstrekken van doping, dan zijn de maatregelen die hier tegen genomen kunnen worden beperkt volgens Ram. ‘Het is lastig voor ons om bewijs te verzamelen,, al is dat een internationaal probleem. Bovendien is het medisch tuchtrecht in Nederland een ‘klachtenrecht’, waardoor artsen alleen vervolgd worden wanneer er een klacht tegen hem of haar wordt ingediend. Sporters die doping krijgen van een arts zullen niet snel klagen.’ Dopinggebruikers straffen gaat een stuk makkelijker. Bij de sporters wordt het bloed getest, waarna te zien of is of de atleet wel of niet gebruikt. Ook kunnen bloedstalen bewaard worden om op een later moment opnieuw te testen. Dat laatste is ook gebeurd bij Thomas Dekker. Ten tijde van het gebruik van de wielrenner waren de opsporingsmethodes beperkt. Het dopinggebruik is als het ware een strijd tussen het vernieuwen van opsporingsmiddelen en de innovatie van doping, omdat er steeds nieuwe middelen gebruikt worden.

Mocht een atleet uiteindelijk betrapt worden in Nederland, dan wordt zijn naam niet door de Dopingautoriteit bekend gemaakt. Dat is een controversie ten opzichte van het internationale dopingbeleid van de WADA (World Anti-Doping Agency) dat er vanuit gaat dat namen van zondaars bekend worden gemaakt. ‘In veel gevallen is het bekend van de sporter een disproportionele inbreuk op de privacy. De namen van gebruikers moeten wel met relevante sport- en wedstrijdorganisaties gedeeld worden om te voorkomen dat hij of zij gewoon kan starten’, vertelt Ram. Sportbonden kunnen er echter wel voor kiezen om namen bekend te maken. Toch merkt de directeur van de Dopingautoriteit dat de bonden terughoudend zijn in het vrijgeven van namen. ‘Vaak maakt de atleet in kwestie het zelf bekend, om onduidelijkheid te voorkomen.’

Het aantal atleten dat doping gebruikt, vindt Ram meevallen. ‘We kennen in Nederland geen verontrustende of opvallende situaties. Toch is elke dopinggebruiker er een te veel. Het aantal betrapte sporters ligt rond de 1 procent (afgezet tegen het aantal controles in Nederland).’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *