Shells jacht op olie van de Noordpool

Een complex ecosysteem, opportunistische regeringen en een moordende concurrentiestrijd met internationale oliebaronnen. Shell krijgt er allemaal mee te maken als het deze zomer in Alaska begint met het boren naar Noordpoololie. Een uniek inzicht in de voor het Brits-Nederlandse olieconcern belangrijkste booroperatie voor de toekomst.

“Hoe wij die boorvergunningen voor Alaska eigenlijk hebben verkregen? Simpel, wij betaalden het meeste geld.” Robert Blaauw vertelt het met een kwinkslag. Want als er een iemand is die weet dat het woord ‘simpel’ niet van toepassing is op Shell’s Alaska operatie, dan is hij dat wel. Blaauw is namelijk de projectleider van Shell in het Arctische gebied. Een continent dat zich uitstrekt van Rusland tot Amerika en daarmee het grootste operatiegebied is van het Brits-Nederlandse olieconcern. En voor Blaauw worden het spannende tijden deze zomer als Shell zijn eerste stappen zet binnen de poolcirkel. De oliemaatschappij begint komende juli met proefboringen in de Chukchi en Beaufort Zee boven Alaska.olie alaska

Ironisch genoeg is de opwarming van de aarde, mede mogelijk gemaakt door de oliemaatschappijen, nu zover gekomen dat het ijs in deze wateren in de zomermaanden grotendeels is gesmolten. Daardoor is er de ruimte om te boren en de daarvoor benodigde vergunningen heeft Shell al bijna allemaal binnen. Vandaar dat Blaauw op deze meidag in een achterkamertje van het Shell-hoofdkantoor in Den Haag alvast uitleg geeft aan een select gezelschap journalisten over Shell’s verdere plannen in het Noordpoolgebied.

De geschiedenis

Allereerst de reden waarom Shell deze zomer in Alaska wil boren. Blaauw legt dat uit met een paar eenvoudige cijfers. Het belangrijkste daarvan zijn de volgende getallen: 90 miljard vaten olie en 50 biljoen kubieke meter aan aardgas. Zoveel zit er volgens de schattingen van het Amerikaans Geologisch Instituut verstopt in de zeebodem van het noordpoolgebied. Omgerekend is dit ongeveer 13 procent van alle oliereserves en 30 procent van alle gasreserves in de wereld. Tel daarbij dan nog eens op dat het Internationaal Energie Agentschap heeft berekend dat door de bevolkingsgroei het energieverbruik in 2035 met 40 procent is gestegen en het besef is daar dat er een poolschat ligt onder het smeltende Noordpoolijs.

Om deze poolschat beetje bij beetje te kunnen opgraven, begint Shell dankzij de in 2005 en 2008 opgekochte exploratielicenties met boren bij de kust van Alaska. Hier zal het bedrijf zijn eerste proefboringen doen binnen de poolcirkel. Vlak onder deze cirkel heeft de oliemaatschappij al een aantal productieve gas –en olieplatformen aan de Noorse en oostelijke kust van Rusland. Dat de eer Alaska en dus Amerika ten deel valt, heeft met een aantal factoren te maken. Allereerst zijn er weer twee getallen: 8,2 miljard vaten olie en 27,6 biljoen vierkante meters gas, dat zit er volgens het US Minerals Management Service verstopt in de zeebodem van de Beaufort Zee. Geen al te slechte vangst dus, maar Blaauw benadrukt dat zo’n schatting speculatief is. In het Arctische gebied zijn nog weinig boringen gedaan en dan is het moeilijk te achterhalen waar de olie precies zit. Projectleider Blaauw illustreert dat met een voorbeeld over Groenland. “Ook hier hebben wij boorlicenties verkregen en zullen we deze zomer beginnen met een seismisch onderzoek. Mocht hier iets uitkomen dan gaan we wellicht hier ook binnen afzienbare tijd boren. Al zal dit een ‘wildcat-exploratie’ worden, meer een gok. De kans dat we er olie of gas vinden en of deze economisch winbaar zal zijn, is vooralsnog onzeker.Noordpool olie

Maar daarnaast, legt Blaauw uit, is Alaska vooral ideaal voor Shell omdat het bedrijf bekend is met het land. “In 1918 kwamen geologen van Shell al naar Alaska toe en in 1963 startten we met ons eerste offshore-project bij de Cook Fjorden. Daarnaast hebben we ook al eerder putten geboord in zowel de Chukchi als de Beaufort Zee. Dat betekent dat we bekend zijn met het terrein en dat is cruciaal voor een Arctisch project als dit waarbij het allemaal draait om langetermijnplanning.” Om daar even een voorbeeld van te geven: in 2005 en 2008 kocht Shell de exploratielicenties, maar pas nu begint de oliemaatschappij met proefboringen. Vanaf 2006 heeft men eerst drie jaar lang via geluidsgolven de mogelijke energievoorraden in kaart gebracht. Geen wonder dat het Alaska-project Shell nu al 4 miljard dollar kost, terwijl de werkelijke olieproductie pas na 2020 zal starten.

De oliepolitiek

Bij grootschalige boorprojecten is de relatie tussen regering en olieconcern van cruciaal belang. Allereerst omdat de overheid de boorlicenties verhandelt en voor de onderhandelingen tussen overheid en oliemaatschappij geldt dat deze per land verschillen. “Voor Alaska deed het Amerikaans Geologisch Instituut eerst onderzoek naar de vergunningen, waarna zij een eisenpakket opstelde waaraan geïnteresseerde oliemaatschappijen moesten voldoen”, vertelt Blaauw. “De geschikte kandidaten boden vervolgens tegen elkaar op in een veiling. Degene die het meest betaalde,  kreeg ook de meeste boorlicenties.”

Maar in Rusland, legt Blaauw uit, gaat het weer heel anders. “Daar gaan alle Russische boorvergunningen rond de Arctic direct naar staatsbedrijven als Gazprom en Rosneft. Vanwege ‘strategisch belangen’. Deze oliemaatschappijen gaan voor de offshore-projecten vervolgens in zee met Westerse bedrijven die zich inkopen, onder andere door middel van de geavanceerde boortechnologie die zij met zich meebrengen. Bedrijven zoals Shell hebben namelijk een voorsprong ten opzichte van de staatsbedrijven bij technisch moeilijke offshore projecten als die in het noordpoolgebied.”

Daarnaast is het ook belangrijk voor Shell om de binnenlandse politiek op de voet te volgen. Deze heeft namelijk invloed op het succes van een boorproject. Blaauw: “Bij Amerika zien we bijvoorbeeld dat het land zich los wil maken van zijn olieafhankelijke positie. Momenteel importeren zij per jaar voor 200 à 300 miljard dollar aan olie, terwijl dat weleens anders is geweest. Uit de olievelden van Alaska kwamen ooit 2 miljoen vaten per dag. Nu zijn dat er nog maar 600.000. Vandaar dat de VS iets wil veranderen aan deze situatie en dat Shell hen daarbij kan helpen.”

Maar toch is het oppassen om te vertrouwen op een Amerikaanse politiek waarin opportunisme en olie noordpoolkoersveranderingen hoogtij vieren. Komende november zijn er presidentsverkiezingen die het energiebeleid van de VS zomaar weer op de kop kunnen gooien. Zijn de politici waarmee wordt samengewerkt dan nog wel te vertrouwen? “Jazeker”, vertelt Blaauw. “We houden namelijk ook rekening met politieke veranderingen. Maar tegelijkertijd verwachten we deze zomer dusdanig belangrijke ontdekkingen te doen dat de politieke opinie onze kant uitslaat.”

De Russische slag

Dat de politieke stemming van een land soms kan veranderen, met alle gevolgen van dien, merkte Shell in 2006 met het Sachalin-project. Dit is een Russisch eiland gelegen voor de oostkust van Siberië, waar Shell in 1992 startte met de ontwikkeling van een gigantisch olie –en gascomplex. Lang was het Brits-Nederlandse bedrijf grootaandeelhouder in dit project in een consortium met Mitsubishi en Mitsui. Totdat de Russische nationaliseringdrang de kop opstak. Onder leiding van premier Poetin begon in 2006 de claim op energievoorraden die Rusland toekwamen. Er kwam een wet die nog steeds geldt: alleen staatsgecontroleerde oliemaatschappijen mogen offshore werken in de noordelijke zeeën van Rusland.

Met deze regel werd het voor Poetin gemakkelijk om Shell’s meerderheidsaandeel te bemachtigen voor Rusland. In 2006 trokken de Russische autoriteiten ‘onverwacht’ de milieuvergunning voor het project in en Shell werd gevraagd om te stoppen met de aanleg van een 800 km lange oliepijp op het Siberische eiland. Allemaal pesterijen die uiteindelijk eind 2006 culmineerden in de verkoop van Shell’s meerderheidsbelang aan het Russische staatsbedrijf Gazprom. De Russen kochten zich in voor 7,45 miljard dollar, dat dan wel weer. Daarmee kreeg Gazprom de controle over het Sachalin-project, terwijl Shell achterbleef met slechts 27,5 procent van de aandelen.

Eigenaardig genoeg bestempelt projectleider Blaauw het Sachalin-project vanmiddag als Shell’s huidige vlaggenschip in het Arctisch gebied. Hij doelt daarbij mede op het feit dat dit gas –en oliecomplex al op volledige productie draait en dat de in 2009 geïnstalleerde ‘vloeibaar aardgas’-installatie (om het aardgas per schip te kunnen transporteren) de enige in zijn soort is in Rusland.

Over het verlies van Shell zijn meerderheidsbelang is hij minder uitgesproken. “Inderdaad verkochten wij in 2006 ons meerderheidsbelang aan Gazprom, maar met het verloop van tijd is dat geen probleem voor ons geworden. Het staatsbedrijf beschikt heeft namelijk onze hulp nodig voor boringen op zulk complex terrein als de Siberische kust. Vandaar dat wij met hen samenwerken.” Volgens Blaauw erkennen de staatsbedrijven en de Russische regering inmiddels dat samenwerking onontbeerlijk is bij Arctische exploratie. “De tijd is nu rijp voor het sluiten van stabiele pacten.”

Toch kun je je afvragen in hoeverre Shell handelt naar deze woorden. Dat Rusland een belangrijke handelspartner is, staat vast: het grootste deel van het Arctische zwarte goud ligt op Russisch grondgebied. Maar de boorlicenties voor deze grond raken langzaam vergeven. Rosneft, samen met Gazprom het staatsbedrijf met de meeste boorlicenties, heeft bijna al zijn deals al gesloten. Afgelopen mei sloot het bedrijf bijvoorbeeld in een maand tijd, en onder toeziend oog van de toen nog net niet gehuldigde president Poetin, contracten met het Amerikaanse ExxonMobil, het Noorse Statoil en het Italiaanse ENI. En in 2011 tekende Rosneft al een contract met ExxonMobil voor boringen in de Russische Kara Zee. Een deal waarvoor Shell ook onderhandelde met de Russische minister van Energie.

Betekent dit daarmee dat Shell een kruis kan zetten door Rusland? Blaauw: “Nee, Rosneft heeft inderdaad voor veel van zijn licenties al deals gemaakt met andere bedrijven, maar Gazprom moet nog grotendeels beginnen met zijn Arctische projecten. En met dit bedrijf werken wij al samen op Sachalin. Wij verwachten in de toekomst dan ook nog meer met hen te zullen doen in het Arctisch gebied.”

Het antwoord is illustratief voor hoe men bij Shell kijkt naar alles wat met deze bijzonder ingewikkelde en unieke Alaska-operatie te maken heeft. Hoopvol, maar vooral: praktisch.

Jeroen Lesuis, jeroenlesuis@buitennederland.com

Fotobron: Shell International Ltd., Buiten Nederland

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *