Nederland en Vlaanderen: groot potentieel

Op een aantal nationalistische organisaties en kreten van politici na is de Groot-Nederlandse gedachte, de visie waarin aanhangers pleiten voor de hereniging van Vlaanderen en Nederland, redelijk uitgestorven. De betrekkingen tussen België en Vlaanderen lijken wel steeds intensiever te worden. Wat levert dit op?

Geert Wilders publiceerde vier jaar geleden een essay in de NRC met de titel ’Nederland en Vlaanderen horen bij elkaar’. Hierin pleitte hij voor een hereniging. “België loopt op zijn laatste benen, we moeten nu handelen. (…) De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden hebben een gezamenlijke geschiedenis (zie kader 3). Binnenkort gaat blijken dat we een gezamenlijke toekomst hebben. Nederland moet de Vlaamse leeuw aan de borst drukken. En zeggen: welkom thuis, we zijn je nooit vergeten”, zo schreef Wilders drie jaar geleden.

“In België moeten we altijd lachen om dit soort pleidooien”, zegt David Criekemans, docent ‘Belgisch en vergelijkend buitenlands beleid’ aan de Universiteit van Antwerpen. Hij schreef samen met Guy Janssens het hoofdstuk ‘Effecten van de Belgische staatshervormingen op de Nederlands-Belgische betrekkingen’ in het boek ‘Nederland – België’ dat door de Universiteit Utrecht werd samengesteld. “Er werd geschreven dat de Vlamingen bij Nederland moeten komen en dat was het. Dat is weinig concreet.”

Ook stelt Criekemans dat er een hoop is gebeurd in de vier jaar die is verstreken sinds het essay van Wilders. “Sinds de afscheiding van Nederland in 1830 maakt België een proces van regionalisering door. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw kwam een beweging op gang die voor het federalisme pleitte.

Laatst werden grote delen van de zesde Belgische staatshervorming goedgekeurd door het federale parlement. Ook gaan er al stemmen op voor een zevende ronde. Door dit regionaliseringsproces krijgen deelgebieden als Vlaanderen, Wallonië en Brussel steeds meer eigen bevoegdheden. “Onderwerpen als defensie en binnenlandse zaken vallen onder de landelijke bevoegdheid, maar steeds meer beleidsdomeinen worden geregionaliseerd, zoals cultuur, onderwijs, evenomie en havens, landbouw, milieu, preventieve gezondheidszorg en arbeidsmarktbeleid. De deelgebieden zijn sinds 1993 ook bevoegd om op die gebieden buitenlands beleid uit te voeren”, zegt Criekemans.

Zo bestaat er sinds 1994 een Vlaamse administratie Buitenlands Beleid, die in 2006 omgevormd werd tot het Departement Internationaal Vlaanderen (DIV), dat samen met de inhoudelijke Vlaamse departementen en de politiek bevoegde ministers, de internationale belangen van Vlaanderen behartigt.

Vlaams Huis

Het door Franstalige gedomineerde België koesterde na de afsplitsing in 1830 anti-Nederlandse gevoelens, maar sinds 1970 wordt er meer naar Nederland gekeken. De diplomatieke relatie tussen beide landen kreeg na 1900 meer dimensie, maar bleef vooral politiek en was niet altijd even concreet. Sinds 1970 ontstond een geleidelijk proces waarbij eerst op cultureel en taalkundig vlak de samenwerking met Nederland op de agenda werd gezet. Later kwam ook economische samenwerking.

Criekemans geeft aan dat de overheveling van  bevoegdheden naar deelstaten ervoor heeft gezorgd dat de betrekkingen tussen Nederland en België zijn verschoven naar banden tussen Nederland en Vlaanderen. Hij noemt een concreet voorbeeld: “In Den Haag is een diplomatiek vertegenwoordiger van de Vlaamse regering gestationeerd met een vertegenwoordiger voor cultuur, toerisme, landbouw. Ze zijn ondergebracht in een Vlaams huis, op een apart adres. Wallonië heeft daarentegen in Den Haag enkel een handelsvertegenwoordiger en geen diplomatiek vertegenwoordiger.

Denktank

Maarten Lak is Speciaal Vertegenwoordiger voor de buurlanden bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij legt en versterkt verbindingen tussen Duitsland, België, Den Haag en de grensprovincies. Belangrijke beleidspartners zijn de vakministeries van Infrastructuur en Milieu, en Economie, Landbouw en Innovatie.

Hij beaamt dat de samenwerking intensiever is geworden. “Vlaanderen heeft haar zelfstandige bevoegdheden doorvertaald naar de eigen internationale betrekkingen. Nederland is hier op in gegaan, waardoor naast de traditionele culturele en taalsamenwerking ook de economische dimensie aan bod is gekomen.”

Lak noemt de gemeenschappelijke financiering van een nieuwe sluis bij Terneuzen voor de scheepvaart door het kanaal van Gent als voorbeeld. Demissionair premier Mark Rutte en Kris Peeters, minister-president van Vlaanderen, hebben vorige zomer afspraken gemaakt over een eventuele strategische samenwerking. “Een groep van deskundigen, waaronder mensen vanuit de industrie en de wetenschap, buigen zich nu over een mogelijke coöperatie op meerdere gebieden”, aldus Criekemans.

Vanuit Nederland zitten drie personen in deze Nederlands-Vlaamse toekomstdenkgroep: Gerard van Harten, CEO van DOW BeNeLux/Terneuzen en vice-voorzitter van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie, Tini Hooymans (lid Raad van Bestuur van TNO) en Peter van Lieshout, lid van de WRR. Uit Vlaanderen zijn vier deskundigen aangesloten: Dirk Boogmans, voorzitter Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie, Wouter de Geest, voorzitter Vlaamse industrieraad, Josée Lemaitre, administrateur-generaal studiedienst Vlaamse regering en Bruno Tindemans, econoom en auteur. Begin 2013 komt een rapport uit met de zienswijzen van deze deskundigen. Ook hebben Rutte en Peeters afgesproken een gezamenlijke handelsmissie naar Zuid-Afrika te ondernemen.

Politieke cultuur

Criekemans denkt dat de landen elkaar kunnen aanvullen op allerlei gebieden. “Zo heeft Nederland een voorsprong op het gebied van windenergie en biogas. Vlaanderen loopt weer voorop in research & development rond zonnepanelen. Ook een samenwerking tussen de belangrijkste havens, Antwerpen en Rotterdam, is belangrijk. Zij moeten geen concurrenten van elkaar zijn.” Lak geeft aan dat Nederland een positief klimaat wil creëren voor de ontwikkeling van de driehoek Schelde-Rijn-Maas en de havens die in dit gebied liggen. Ook noemt hij hi-tech, transport en e-health als complementaire terreinen.

Op landelijk (federaal) niveau is er al samenwerking op diverse gebieden, zoals de zeevaart (gemeenschappelijke opleidingen), politionele samenwerking (aanpak van de drugsproblematiek) en op justitioneel niveau.

Mocht er worden overgegaan tot een rechtstreeks partnerschap, dan moet er goed nagedacht worden over de uitvoering. “De politieke culturen verschillen enorm”, zegt Criekemans. Zo wordt in Nederland het beleid grotendeels bepaald door de departementen, terwijl in Vlaanderen meer de rol van ministeriële kabinetten centraal staat. “Het lijkt me verstandig dat Nederland en Vlaanderen samenwerken vanaf de start”, aldus Criekemans.

Lak: “De bestuurlijke samenwerking kent regelmatig overleggen tussen regeringen op alle niveaus. Men respecteert elkaars eigenheid en de verschillen worden niet als belemmeringen gezien. Er is meer mogelijk. Als succesverhalen meer bekend worden, helpt dit om te bedenken wat je met buurlanden kan bereiken in Europa.”

De Vlaamse docent geeft aan dat het benadrukken van verschillen weinig zin heeft. “Als er concrete samenwerkingsverbanden kunnen worden gecreëerd, moeten we dat zeker niet laten. Als de sterke kanten van beide landen worden benut, is er veel potentieel.”

2013

De uitdieping van de Westerschelde lijkt echter de komende tijd roet in het eten te gooien. Dit is voor de haven van Antwerpen nodig om uit te kunnen breiden. De monding passeert het Nederlandse territorium en voor deze uitdieping wilde Nederland één samenhangend geheel van verdragen, waarbij moet worden gekeken naar compensatiegebieden voor het milieu.

“Nederland wees eerst zelf de Hedwigespolder aan als kandidaat en verankerde dat in een ondertekend verdrag. Maar nu komt de Nederlandse politiek daar op terug. Geen stuk Nederlandse poldergrond mag terug gegeven worden aan de Westerschelde, zo gaat de leuze. Maar grappig genoeg is deze polder eigendom van een Waalse Belg”, zegt Criekemans. Hij noemt deze kwestie de politieke ‘stoorzender’ in de Nederlandse en Vlaamse betrekkingen.

Lak spreekt dit tegen. “De contacten lijden hier niet onder.” Criekemans noemt begin 2013 erg belangrijk. “De Vlaamse regering moeten wachten tot een nieuw Nederlands kabinet wordt geïnstalleerd. Wat dat betreft, komt aan het eind van dit jaar alles samen. Dan komt het rapport van de denktank over samenwerking uit en er is naast een Belgische en Vlaamse regering ook een Nederlands kabinet.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *