De waarheid sneuvelt in Uruzgan

Oorlogsverslaggever Joeri Boom (39) reisde vijf keer met Nederlandse gevechtstroepen in Uruzgan mee. Hij maakte de krankzinnige werkelijkheid van de oorlog mee, maar mocht niet alles opschrijven. In zijn boek ‘Als een nacht met duizend sterren’ omschrijft Boom hoe defensie twee gevechten leek te voeren: een tegen de Taliban – en een tegen de waarheid. Een interview.

De grote oorlogsfilosoof Sun Tzu wist het al: in oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer. Eerlijkheid is dan niet meer nodig, sterker, het is een last, volgens Sun Tzu. De slimme krijgsheer verslaat zijn tegenstander zonder gevecht. ‘Alle strijdkunde is list en bedrog.’ Tweestrijd moet er in het vijandige kamp ontstaan, en verwarring. De waarheid is daarbij niet bruikbaar, die sneuvelt als eerste.

Meer dan tweeduizend jaar later komt verslaggever Joeri Boom tot dezelfde ontdekking. Hij reisde vijf keer ‘embedded’ bij defensie naar de Afghaanse provincie Uruzgan. De journalisten worden letterlijk ‘ingebed’ bij defensie: de reis, voedsel, beveiliging, van het begin tot het einde is defensie er verantwoordelijk voor. Lekker makkelijk en goedkoop, vonden veel verslaggevers. Journalisten trokken dan ook massaal bij defensie in. Maar vanaf de eerste minuut worstelt Boom met de voorlichters, die ook in het ‘embedded-pakket’ zitten.

Gewapende bouwvakkers

Defensie doet er alles aan om de missie te verkopen. ‘Het lijkt wel alsof Nederland sinds Srebrenica een trauma heeft als het aankomt op militaire inbreng in het buitenland,’ denkt Boom. ‘Defensievoorlichters doen er alles aan om de bewindslieden in Den Haag uit de wind te houden. De missie wordt verkocht alsof de militairen als gewapende bouwvakkers het land opbouwen. En of de Nederlandse media dat maar even doorgeven.’

Eigenlijk is het nooit anders geweest. Al tijdens de oorlog in Indonesië na de Tweede Wereldoorlog reisden verslaggevers mee met militairen. ‘Dat was een koloniale oorlog, maar ze staan bekend als ‘politionele acties’. Dat we die strijd nu nog steeds onder deze naam kennen, laat zien hoe goed defensie de berichtgeving wist te manipuleren. Maar journalisten werkten daar ook zelf aan mee. De verslaggeving was nationalistisch, interesse voor het lot van de Indonesiërs was er niet.’

‘Onzin of anders Opsec’

De overeenkomsten tussen de oorlog in Indonesië en in Uruzgan zijn groot, vindt Boom. In zijn boek Als een nacht met duizend sterren omschrijft de verslaggever hoe zijn werk in Uruzgan er uitziet – en hoe defensie hem daarin tegenwerkt. Artikelen moeten voor publicatie door voorlichters worden ‘gescand’. Vol rode aantekeningen krijgt Boom ze dan terug. ‘Onzin of anders Opsec,’ afkorting voor Operational Security, staat er in de kantlijn. Er wordt geschrapt uit veiligheidsoverwegingen, wil defensie daarmee zeggen, om te voorkomen dat strijdkrachten in gevaar worden gebracht.

Volgens Boom wordt dat vaak als smoesje gebruikt om gevoelige informatie achter te houden. ‘Een voorbeeld: op patrouilles wordt de radiocommunicatie van de Taliban afgeluisterd. De Taliban weten dat en proberen de Nederlanders gek te maken. “Als jullie terugkomen, ligt de hinderlaag klaar,” hoor je dan. Het laat zien dat de Taliban alles weten, ze weten precies waar de militairen zijn.’ Als Boom dit in een artikel opschrijft, krijgt hij het van de defensievoorlichters vol aanpassingen terug. Dat de Taliban afluistert, zou geheime informatie zijn. ‘Onzin, die strijders weten heel goed dat de militairen meeluisteren,’ weet Boom. ‘Het is notabene in openbare nota’s van defensie te vinden. En soms hoorden we de strijders zeggen: “Enemy, are you listening? We know you are listening.”’

Duizenden sterren

Defensie gaat vol in de tegenaanval wanneer er toch gevoelige informatie lekt. Dan verschijnen er persberichten met een jubelend verhaal over de voorspoedige opbouw. ‘De militairen zijn in hun weblogs kritischer over de Uruzgan-missie. Zij klagen dat het thuisfront denkt dat het een opbouwmissie is, terwijl de soldaten hard moeten knokken. Als ze thuiskomen, weet niemand wat ze hebben meegemaakt. Als zelfs je personeel begint te klagen, moet dat toch te denken geven. Militairen klampen mij aan: “Alsjeblieft, schrijf op wat wij meemaken, schrijf dat hier heel hard wordt gevochten.” Hun verhaal wordt niet verteld, gek worden ze er van.’

Neem kapitein Larry, stelt Boom voor. ‘Hij is sceptisch over de meegereisde journalisten, die zich laten inpakken door de defensievoorlichters. Zij creëren een andere werkelijkheid, die van een opbouwmissie. Hij moet daar niets van weten: wat opbouwmissie, er wordt gevochten, en hard.’ Boom interviewt Larry als hij terugkomt uit de Choravallei, waar flink is gevochten. ‘Hij had het vuil nog op zijn uniform zitten. “Hoe was het daar?,” vroeg ik. Ik zag aan hem dat hij dacht: weer zo’n journalistje die opschrijft wat de voorlichters hem influisteren. Hij antwoordde: “Als een nacht met duizend sterren, schrijf dat maar op.” Ik ken de nachten daar, prachtige nachten met duizenden sterren aan de hemel. Maar dat bedoelde Larry niet. Die duizenden sterren waren het vuur uit de mitrailleurs, machinegeweren, mortieren.’

De censuur is volgens Boom maar een deel van het probleem van de communicatiestrategie van defensie. ‘Veel schadelijker is de voortdurende beïnvloeding’, vindt de oorlogsjournalist. ‘Je krijgt ‘geheime stukjes’. “Niet doorvertellen hè,” is het dan, “want dan ben ik mijn baan kwijt.” Je wordt bijna gedwongen daarin mee te gaan, want je bent volledig afhankelijk van de voorlichters. Zij bepalen met welke patrouilles je meegaat en wie je überhaupt te spreken krijgt.’

Schietschijf

Hoewel Boom erg kritisch is op het embedded beleid, ziet hij er ook de voordelen van in. ‘Je ziet werkelijk alles. Als je mee op patrouille bent, zit je heel dicht op de militairen. Dat kan alleen als je meereist met defensie. Vooral in het begin is het erg opwindend.’ De spanning, op elkaar aangewezen zijn, het delen van proviand, sterke verhalen vertellen: Boom leeft in een jongensboek. Hij raakt al snel verslaafd aan het soldatenleven. Het maakt hem toeschietelijker naar de voorlichters. Hij begint zichzelf te censureren, om te voorkomen dat hij ruzie krijgt. Want hij wil terug, hij wil dolgraag weer de adrenalinekick van de patrouille.

‘Ik probeerde afstand te houden. Maar je loopt mee met jongens in camouflagepakken, dat is voor de Taliban een schietschijf. Er wordt ook op jou geschoten. Hun vijand wordt daarom jouw vijand. Probeer dan maar eens onpartijdig te blijven.’ Boom sust zijn geweten met de belofte dat hij ook onafhankelijk naar Afghanistan zou gaan, zodat hij de andere kant van het verhaal kan laten zien. ‘Als iemand roept dat ik een goede soldaat zou zijn geweest, weet ik dat ik te dichtbij ben gekomen. Ik besluit de knoop door te hakken en onafhankelijk naar Uruzgan te gaan.’

Op eigen houtje

Nog eens zes keer reist Boom naar de Afghaanse provincie, nu op eigen houtje. Hij regelt via een contact dat hij heeft opgedaan in zijn embedded periode onderdak en beveiliging, laat zijn baard staan, knoopt een tulband om zijn hoofd en reist af naar Uruzgan. Bevrijd van de defensievoorlichters, hoort en ziet hij alles wat hij van defensie niet mocht zien.

‘Wij hoorden luchtaanvallen, de collega’s op Kamp Holland niet. Wij spraken de directeur van het ziekenhuis, die vertelde dat twee vrouwen en twee kinderen gewond waren geraakt door NAVO-bommen. De journalisten die embedded waren, moesten het doen met het voorlichterspraatje dat het ‘rustig’ is in Uruzgan. Ik sprak Afghaanse hulpverleners, die niet met militairen gezien willen worden omdat de Taliban ze direct zouden vermoorden. Ik interviewde Matiullah Khan, een criminele krijgsheer waar Nederland mee samenwerkt, die ik nooit zou hebben gesproken als ik embedded was geweest.’

Kritiek op journalistiek

Volgens Boom is de grootste tekortkoming van embedded journalistiek dan ook niet de censuur, hoe schadelijk die ook is, maar de eenzijdige berichtgeving. ‘Als journalist kom je niet zonder militairen van het legerkamp, om samen met je tolk de stemming bij de bevolking te peilen. Je komt dus nooit te weten of de Afghanen wat aan de Nederlandse inbreng hebben, want die praten natuurlijk niet vrijuit als er tot de tanden bewapende soldaten in camouflagepak bijstaan. Om die kant van het verhaal te horen, moet je onafhankelijk naar Uruzgan gaan.’

‘Maar negen van de zeshonderd journalisten die in Uruzgan zijn geweest, hebben dat gedaan. Verbijsterend. Mijn kritiek is daarom allereerst gericht op de Nederlandse pers, zij hebben niet genoeg moeite gedaan om onafhankelijk verslag te doen. Op redacties wordt ook gewoon een rekensommetje gemaakt: als je een verslaggever met defensie meestuurt, kost het vrijwel niets. Ik wil mezelf daarbij op dat vlak absoluut niet vrijpleiten. Ik deed er in eerste instantie ook aan mee, zij het tandenknarsend. Op je eigen houtje verslag doen lijkt natuurlijk heel moeilijk, maar ik heb het geprobeerd. En het is gelukt.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *