Wil de nieuwe Van Gogh alstublieft opstaan?

Van Gogh, maar ook Mondriaan, Corbijn, Koolhaas: zomaar wat Nederlandse beeldende kunstenaars die wereldwijd grootse roem hebben vergaard. Maar hoe zit het eigenlijk met hun opvolgers? Hoe doet Nederland het tegenwoordig internationaal als land van de beeldende kunsten?

Misschien wel de mooiste herinnering aan het feit dat Nederland er vroeger in ieder geval binnen de schilderkunst toedeed, is terug te vinden in het wereldberoemde Louvre. In de Grand Salon Carré, een van de belangrijkere zalen van het Parijse museum , heeft men op de bovenzijde van ieder van de vier muren een eregalerij geschilderd. In gouden letters geschreven kunnen bezoekers de namen naast elkaar zien staan van beroemde kunstenaars uit verschillende disciplines. Wie bij de schilders kijkt, ontwaart in het groot de namen van de Italiaanse meesters Da Vinci en Raphael, maar daar tussen ook: Rembrandt, Ruisdael en Vermeer.

Genoeg lof dus voor onze eigen grootmeesters uit de Gouden Eeuw, maar het is niet alleen deze periode dat Nederland een belangrijke rol speelde binnen de internationale schilderkunst. Dit geldt voor vele tijdperken. Natuurlijk met Vincent van Gogh die na zijn dood in 1890 uitgroeide tot een van de invloedrijkste kunstenaars voor de twintigste eeuw. Een eeuw waarin Nederland ook weer beroemde kunstenaars voortbracht als Willem de Kooning, Piet Mondriaan en Karel Appel, en inmiddels onbetaalbare schilderijen als ‘Woman ΙΙΙ’ en ‘Victory Boogie Woogie’. En ook in andere takken van de beeldende kunsten was ons land succesrijk. Denk bijvoorbeeld aan fotograaf Anton Corbijn en architect Rem Koolhaas. Een kunstverleden dus om u tegen te zeggen. En dat maakt het interessant om juist vanuit nostalgisch perspectief naar het heden van de Nederlandse beeldende kunsten te kijken. Of toch niet?

Nostalgie en realiteit

Marlene Dumas
De in Zuid-Afrika geboren Marlene Dumas, hier zittend voor haar werk ‘Selfportrait at Noon’, is al jarenlang Nederlands succesvolste kunstenaar.

“Vergeet het verleden. Kijk naar Italië: dat heeft een lange traditie in de beeldende kunsten, maar nu komen er weinig belangrijke kunstenaars uit het land. Dat een land een groots kunstverleden heeft, wil  niet zeggen dat het ook vandaag de dag belangrijke kunstenaars aflevert. ” Met deze opmerking verwijst de Nederlandse tekenaar Marcel van Eeden de nostalgie meteen naar de prullenbak. Het is interessant dat juist hij deze uitspraak doet, want Van Eeden is een beeldende kunstenaar met succes in het buitenland. Eind jaren tachtig studeerde hij aan de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en nu hangen zijn tekeningen in musea en galerieën te New York, Parijs en Berlijn. In deze laatste stad woonde hij ook van 2006 tot 2008 en nam hij deel aan de prestigieuze kunstmanifestatie de Biënnale van Berlijn.

Volgens Van Eeden is het onzinnig om de Nederlandse beeldende kunstenaars van nu te vergelijken met Hollandse meesters als Rembrandt of Van Gogh. Dat was toen, een hele andere tijd. Waar Nederland als land, zeker in de zeventiende eeuw, meer invloed had op de wereld. De huidige generatie Nederlandse beeldende kunstenaars dicht Van Eeden een veel minder baanbrekende rol toe.

“Kunstenaars die bijvoorbeeld exposeren op een wereldberoemde plek als het Museum of Modern Art in New York zijn er nu bijna niet. Van de huidige generatie denk ik dat alleen schilder Marlene Dumas, fotograaf Rineke Dijkstra en videokunstenaar Aernout Mik internationaal gezien grote namen zijn. Naar mijn smaak komen er op dit moment veel meer belangrijke kunstenaars uit België.”

Succes en fluctuatie

De mening van Van Eeden wordt onderschreven door weekblad Elsevier, dat ieder jaar een overzicht geeft van de honderd belangrijkste beeldend kunstenaars van Nederland. In haar commentaar bij de editie van 2011 schrijft Elsevier ‘dat er al jaren geen Nederlandse kunstenaar meer voorkomt in de internationale rankings’.

Toch is er ook een tegengeluid. Volgens Ludo van Halem, conservator moderne kunst bij het Rijksmuseum, zijn er momenteel juist veel Nederlandse kunstenaars die het goed doen in het buitenland. “Dan denk ik bijvoorbeeld aan Marcel van Eeden, die succes heeft in Duitsland. Of het internationale kunstcollectief Atelier Van Lieshout, onder leiding van Joep van Lieshout. En natuurlijk Marlene Dumas. Die heeft al solo mogen exposeren in het Museum of Modern Art. Er zijn maar zeer weinig Nederlandse schilders geweest die haar dat kunnen nazeggen.”

De enige kanttekening die Van Halem plaatst, is dat er nu misschien geen Nederlandse kunstenaars zijn wiens werk even bepalend is als dat van de Britse kunstenaar Damien Hirst. In ieder geval niet zoals Van Gogh dat wel deed en een kunstenaar als Damien Hirst dat nu doet. Al nuanceert Van Halem dat laatste meteen: “Je kunt zeggen dat Hirst met zijn kunst het afgelopen decennium heeft beheerst, maar de vraag is of we dit ons ook zo blijven herinneren. Bij kunst heb je altijd te maken met fluctuatie en is het de vraag of een kunstwerk tien jaar later nog even urgent is gebleven.”

Vermeer en de zeef der tijd

Van Halem noemt het de zeef der tijd die mede bepaalt of een kunstwerk een iconische status verwerft. Voor hem is het perfecte voorbeeld daarvan het wonderlijke verhaal van schilder Johannes Vermeer. Op 15 december 1675 stierf de nu vermaarde grootmeester op 43-jarige leeftijd vrij plots en in anonimiteit. In tegenstelling tot overleden vakgenoten als Van Gogh of Mondriaan duurde het bij Vermeer geen jaren maar eeuwen voor dat zijn werk werd herontdekt. Zijn naam dook pas op in de negentiende eeuw toen de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger Vermeers schilderijen roemde om haar burgerlijke en intieme taferelen. Volgens Bürger was Vermeer een miskend genie en hij doopte de schilder tot ‘De Sfinx van Delft’, omdat er zo weinig over zijn leven bekend was.

Johannes Vermeer
Het mysterie Vermeer: de schilder van Het Melkmeisje is tegenwoordig wereldberoemd, maar die roem kwam er pas twee eeuwen na zijn anonieme dood.

Vanaf dat moment ontstond er binnen de kunstwereld een ongekend ijverige zoektocht naar de werken van die mysterieuze schilder met zijn korenbloemblauw en loodintgeel. Te meer omdat zijn werk verspreid was geraakt over verschillende, onbekende collecties. Zijn oeuvre bestaat vermoedelijk maar uit vijfendertig schilderijen.  Door deze schaarste werden van Vermeer binnen verzamelaarkringen zeer waardevol. Ook zijn een aantal van Vermeers schilderijen ongesigneerd, wat meester-vervalsers de afgelopen jaren de kans gaf daar voordeel mee te doen. Iets wat weer een extra dimensie geeft aan het mysterie Vermeer.

En om terug te komen op het verhaal van Rijksconservator Van Halem, die denkt dat Vermeer de grootheid is geworden die hij nu is doordat zijn oeuvre een aantal iconische werken bevat. “Het is niet zo dat Vermeers kleine oeuvre enkel uit meesterwerken bestaat”, vertelt Van Halem. “Ook zijn werk wisselt van kwaliteit, maar hij blijft toch de schilder van ‘Het Melkmeisje’ en ‘Gezicht op Delft’.”

Daarmee laat dit verhaal over de schilder Johannes Vermeer zien wat de eigenschappen zijn waarop die illustere titel ‘Hollandse Meester’ is gebaseerd, kenmerken die ook kunstenaars als Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan dragen. Men creëert een aantal iconische werken waarvan de kwaliteit buiten kijf staat, koppelt die aan een mysterie dat het publiek bezig zal blijven houden en tot slot is het aan de zeef der tijd om uit te maken of een kunstenaar blijft voortleven of zal worden vergeten. Zo staat een nieuwe Hollandse meester wel of niet op, waarmee het meteen ook duidelijk wordt dat je bij de huidige generatie kunstenaar nog niet kan spreken over deze titel. Het gaat immers nog decennia, misschien wel eeuwen duren voordat het werk van deze kunstenaars door de zeef der tijd is uitgekristalliseerd.

Kunstenaarslijstjes en hun nut

Maar hoop is er zeker, volgens Hanne Hagenaars: kunstjournalist, curator en voormalig academiestudent. Zij spreekt Ludo van Halem, de conservator van het Rijksmuseum, weer tegen wat betreft Hirst.  Hagenaars, ook hoofdredacteur van hedendaags kunstblad Mister Motley, stelt dat schilder Marlene Dumas en fotograaf Rineke Dijkstra in Amerika misschien wel bekender zijn dan de Britse kunstenaar.

“In de lijsten van bekende Amerikaanse kunstbladen als Frieze of Art of America vind je Dumas en Dijkstra altijd terug in de hoogste regionen en Hirst niet altijd. Al zeggen die lijsten niet zoveel, die wisselen per blad en land. In het Duitse blad Monopol scoren de Duitse kunstenaars goed. Daar staat Isa Genzken of Gerhard Richter op nummer 1 van de wereldranglijst, dus welke criteria hanteer je? Damien Hirst lijkt de belangrijkste kunstenaar van het moment te zijn, maar dat komt ook doordat deze kunstenaar goed in de tijd past en handig de media weet te bespelen. Ook in Nederland, denk bijvoorbeeld aan de Brit zijn diamanten schedel die een paar jaar geleden naar het Rijksmuseum kwam.”

Nomaden en de verdwijnende landsgrenzen

Opmerkelijk is dat Hagenaars in haar betoog de hoofdvraag van dit artikel onder de loep neemt: hoe doen Nederlandse kunstenaars het in het buitenland? Volgens de kunstjournalist impliceert dit dat het bijzonder is als een Nederlands kunstenaar in het buitenland exposeert, maar Hagenaars vindt het juist vanzelfsprekend dat een kunstenaar verder kijkt dan de landsgrenzen. De kunstwereld kent geen grenzen, is haar opinie.

“De kunstscene moet je zien als een internationaal netwerk. Dat zie je al terug op de kunstacademies in Nederland. Bijvoorbeeld bij de Rijksacademie of Gerrit Rietveld Academie, waar vijftig procent of meer van de studenten uit het buitenland komt. Samen met de Nederlandse studenten vormen zij een netwerk dat heel makkelijk in stand is te houden via social media als Facebook en Skype.”

Daarbij komt, volgens Hagenaars, dat kunstenaars tegenwoordig meer reizen. “Hun eerste tentoonstelling is vaak nog in Nederland, maar daarna trekken ze naar het buitenland”, vertelt ze. “Er heeft een grote structuurverandering  in de kunstwereld plaatsgevonden. Voor kunstenaars draait het niet enkel meer om exposities in musea en galerieën, maar ook meer om losstaande projecten. Ik zie de kunstenaars van nu als nomaden die binnen de kunstwereld van project naar project trekken.”

De kunstenaar en het toeval

Een van die nomaden is Marcel van Eeden, tenminste, de kunstenaar woonde van 2006 tot 2008 in Berlijn. In 2006 werd hij uitgenodigd voor de Biënnale van Berlijn en omdat zijn werk het goed deed in Duitsland vestigde hij zich in het land. Van Eeden geeft aan dat voor een Nederlandse kunstenaar noodzaak is om werk in het buitenland te exposeren. “Met enkel exposities in Nederland verdien je als kunstenaar niet genoeg om rond te komen. Alleen als je kunst in de openbare ruimte maakt en door een gemeente wordt betaald, zou je misschien genoeg geld kunnen verdienen. Voor andere kunstvormen is de afzetmarkt hier in Nederland simpelweg te klein. In het buitenland kun je veel meer  werk verkopen. Ik merk bijvoorbeeld dat mijn tekeningen in Duitsland eerder worden opgepikt door verzamelaars en galeriehouders dan in Nederland. Volgens mij komt dat omdat Nederlandse verzamelaars liever buitenlandse schilderijen kopen. Nederlandse kunst is misschien te vanzelfsprekend voor ze.”

Marcel van Eeden
Een tekening van de Nederlandse kunstenaar Marcel van Eeden. Zijn tekeningen oogsten ook veel lof buiten de landsgrenzen en dan met name in Duitsland.

Maar hoe vind je als Nederlands kunstenaar de weg naar het buitenland? Tekenaar Van Eeden vertelt uit eigen ervaring dat toeval een grote rol speelt. Lange tijd exposeerde hij zijn werk alleen in Nederland en had hij nog een bijbaantje in de bibliotheek om rond te komen. Tot in 2000 een Duitse galeriehouder naar het Haarlemse Teylers museum kwam en daar gecharmeerd raakte van het geëxposeerde werk van Van Eeden.  De man kocht een aantal van zijn tekeningen voor zijn galerie in München. Daarmee was pas de eerste stap gezet, want het werk viel in smaak. Langzaam verscheen het ook in de galerieën van andere Duitse steden en vervolgens, als een natuurlijk groeiproces, daarbuiten in steden als Parijs, Londen en Miami.

Van Eeden vertelt dat de volgende stap dan is om een eigen tentoonstelling te krijgen in een buitenlands museum of op een biënnale. “Dat laatste overkwam mij toen ik werd gekozen om deel te nemen aan de kunstmanifestatie van Berlijn. Zo’n manifestatie kun je eigenlijk beschouwen als een soort goedkeuringstempel. Heb je daar aan deelgenomen dan nemen verzamelaars je werk serieuzer en verkoop je weer meer tekeningen.”

De sleutel tot zo’n groeiende internationale reputatie is volgens Van Eeden eenvoudig: het wordt volledig bepaald door het werk van de kunstenaar. “Als jouw schilderijen of tekeningen het waard zijn, vinden ze vanzelf hun weg. Naar mijn mening heeft het geen zin zelf documentatie op te sturen naar musea of galerieën, dat haalt weinig uit. Je kunt het vergelijken met dit artikel. Wie weet leest een redacteur van de Volkskrant het toevallig, biedt hij je een stageplek aan en beland je uiteindelijk bij de New York Times. Zoiets kan gebeuren, maar je hebt nooit in eigen hand. Hetzelfde geldt voor mijn tekeningen: ik kan iets maken, maar ik kan nooit voorspellen waar het terechtkomt.”

Het individu en de subsidiekraan

Toeval speelt dus een grote rol in de carrière van een kunstenaar, maar toch is er één ding dat niet te ontkennen valt en dat brengt ons weer naar het nostalgische begin van deze tekst. Want hoe komt het dat Nederland zoveel excellente beeldende kunstenaars heeft voortgebracht? Volgens Hanne Hagenaars heeft het ermee te maken dat Nederland al vroeg de beeldende kunsten heeft aangegrepen om zich als klein land te profileren binnen de wereld. “Daardoor ontstonden de musea en kwamen er bijvoorbeeld topinstituten als de Rietveld Academie en de Rijksacademie. Studenten vanuit heel de wereld komen op die opleidingen af.” Volgens Hagenaars loopt Nederland daardoor ook vaak voorop binnen de beeldende kunsten. “Zelf ging ik als student jaren geleden naar New York en ontdekte ik dat ik nieuwe schilderijen die ik daar zag al eerder had gezien in museum Boijmans Van Beuningen.”

Ook conservator Ludo van Halem denkt dat het internationale karakter van de Nederlandse opleidingen en musea een grote rol speelt. Hierdoor maken we eerder kennis met en adopteren we eerder nieuwe kunststromingen. Dat maakt ons land interessant voor buitenlandse kunstenaars. “Niet voor niets kwam schilder Marlene Dumas in de jaren zeventig vanuit Zuid-Afrika juist naar Nederland om te studeren”, vertelt Van Halem.

Rineke Dijkstra
Een Nederlandse fotograaf die in het buitenland al jaren veel succes kent: Rineke Dijkstra.

Maar volgens de conservator is het niet zo dat onze kunstinstituten alleen, verantwoordelijk zijn voor het florerende kunstklimaat. Het gaat  er vooral om dat er een open tijdsgeest is, waardoor de revolutionaire ideeën van het individu gehoor vinden. Want volgens Van Halem geeft juist het individu de doorslag. “Dan denk ik bijvoorbeeld aan kunstverzamelaar Martin Visser, die er bijna hoogstpersoonlijk voor zorgde dat minimal art de vorige eeuw al vroeg doorbrak in Nederland. In de jaren zestig en zeventig begon hij als een van de eerste met het verzamelen van het werk van de Cobra-kunstenaars. Vervolgens werden Vissers inspanningen opgepikt binnen verzamelaarkringen en kwam er de grote doorbraak van minimal art.”

Dat het maar één kunstenaar hoeft te zijn die iets in beweging zet, beaamt ook Hanne Hagenaars. Zij wijst naar de cultuurbezuinigingen van de Nederlandse regering en vertelt soms moe te zijn van het cynische beeld dat men heeft van de kunstenaar. “Het is een heel kil en vooral wetenschappelijk beeld, waarbij men er vanuit dat de kunstenaar met zijn rug naar het publiek staat en met zijn handen boven de subsidiekraan. De overheid lijkt te vergeten dat juist kunstenaars bij uitstek individuen zijn die hun eigen initiatieven creëren. Ze willen niet afhankelijk zijn van subsidies.”

Vooruitblikkend naar wat komen gaat, is Hagenaars positief over de toekomst van de Nederlandse  beeldende kunsten. “Je ziet nu dat bij de nieuwe economische grootmachten, landen als Brazilië en China, de kunst een enorme ontwikkeling doormaakt. Kunstenaars uit die landen verspreiden zich over de wereld en veel kiezen ervoor om zich in Nederland te vestigen.” Volgens Hagenaars maken zij deze keuze, omdat kunstacademies en musea in Nederland zich al vroeg interesseerden voor deze kunstenaars. “Als docent aan de kunstacademie had ik in de jaren negentig al Chinese studenten in mijn klas”, vertelt Hagenaars. “In het begin was dat nog een worsteling met de taalbarrière, maar nu spreken de Chinese studenten allemaal Engels. Zij hebben een plek gevonden binnen de Westerse kunstwereld en Nederland heeft daar zeker een rol ingespeeld.”

Hollandse Meesters van de 21ste eeuw

Dumas, Dijkstra en Mik, in bovenstaande tekst worden al enkele namen genoemd van Hollandse grootmeesters die nu aan de weg timmeren. Maar wie zijn deze kunstenaars nou precies? Een overzicht van de belangrijkste, actieve boegbeelden binnen de verschillende disciplines van de beeldende kunsten:

Schilderkunst

Marlene Dumas

Marlene Dumas
Een schilderij van Marlene Dumas dat nu in het heropende Stedelijke Museum hangt: het portret van een kalm kijkende Osama Bin Laden.

De meest vermaarde en succesvolle exponent van de huidige generatie beeldende kunstenaars is zonder meer de in Zuid-Afrika geboren Marlene Dumas. In 1976 kwam deze schilder op 23-jarige leeftijd naar Amsterdam om te studeren aan het kunstenaarsinstituut Ateliers. Sindsdien is dit haar thuisbasis van waaruit haar werk zich over heel de wereld verspreid. Sinds de jaren negentig geniet zij wereldwijde erkenning en hangen haar schilderijen in belangrijke musea van Londen, New York en Tokyo.

Waar bij Dumas eerder de discussie over gaat, is haar achtergrond. Omdat zij in Zuid-Afrika geboren is, zou je kunnen zeggen dat zij nooit in aanmerking kan komen voor de titel Hollandse Meester. Maar dat is erg kort door de bocht:  van oudsher is men binnen de kunst juist weinig gehecht aan grenzen. En zo kan het dat Dumas op jonge leeftijd naar Nederland vertrok om hier te studeren. In haar vormende jaren als kunstenaar heeft zij daardoor les gekregen in de Nederlandse kunsttradities. Daarmee mag je stellen dat Dumas, naast het feit dat ze al tientallen jaren in Nederland woont, een product is van de Nederlandse beeldende kunsten en daarmee in aanmerking komt voor de geuzennaam Hollandse Meester.

En dan over haar werk: kenmerkend voor haar expressionistische schilderijen is dat deze vaak ‘rauw’ overkomen. Is het niet qua vorm, Dumas beeldt haar vrouwelijke modellen vaak af in obscene poses, dan wel qua onderwerp. Beroemd en berucht is haar portret van een kalm kijkende Mohammed B. en een mild glimlachende Osama Bin Laden, nu te bewonderen in het heropende Stedelijke Museum. Een ander schilderij genaamd ‘The Teacher’, een portret van een schoolklas, werd in 2006 door Christie’s geveild voor 3,34 miljoen dollar. Op dat moment was dat de hoogste veilingsprijs ooit die werd betaald voor het werk van een nog levende kunstenares.

Fotografie

Rineke Dijkstra

Rineke Dijkstra
Deze foto’s zijn afkomstig uit een portretserie die Rineke Dijkstra in de jaren negentig maakte over de gabbercultuur.

Waar Anton Corbijn, mede dankzij zijn werk in de filmindustrie, en Erwin Olaf, mede door zijn veelvuldig verschijnen in media, voor de leek bekendere namen zijn, wordt binnen de kunstwereld Rineke Dijkstra als Nederlands belangrijkste fotograaf gezien. Geboren in Sittard, 1951, gestudeerd aan de Rietveld Academie tot 1986 en daarna voor een periode werkend als freelancerfotograaf voor bladen als Quote en Elle, ontwikkelde zij zich langzaam tot kunstfotograaf. En met succes: haar foto’s worden wereldwijd geëxposeerd. Alleen al dit jaar heeft zij solo-exposities in het San Francisco Museum of Modern Art en het Guggenheim Museum in New York.

Een bekend werk van haar is de serie Strandportretten (1992-2002) waarin zij tieners in badkleding heeft geportretteerd op stranden in Amerika, België, Kroatië en Polen. De kale en confronteerde manier waarop zij deze tieners afbeeldt, geeft de toeschouwer het gevoel een voyeur te zijn. Dat Dijkstra iemands ziel kan blootleggen, bewijst ze ook met haar Almerisa-serie. Hiervoor heeft ze sinds 1994 om de paar jaar een jong meisje, toentertijd gevlucht uit Bosnië, gefotografeerd dat ze ontmoette in een Nederlands asielcentrum en die je op  foto’s ziet uitgroeien tot moeder met kind.

Videokunst

Aernout Mik

Aernout Mik
Beeld uit de film ‘Middlemen’, waarmee videokunstenaar Aernout Mik in 2001 al liet zien hoe chaos heerst op de beursvloer.

Op het gebied van film en video-installaties is Aernout Mik wereldwijd gezien een belangrijk kunstenaar. De in 1962 geboren Groninger studeerde als twintiger aan de kunstacademie van Groningen en had in 2000 zijn eerste solotentoonstelling in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Maar daarvoor was Mik al gekozen om namens Nederland deel te nemen aan de prestigieuze internationale kunstmanifestatie, de Biënnale van Venetië. Waarvoor hij in 2007 ook weer werd uitgenodigd. Er zijn maar weinig Nederlandse kunstenaars geweest met de eer om tweemaal deel te nemen aan de Biënnale. Daarnaast heeft Mik in 2008, net als Marlene Dumas en ook in hetzelfde jaar, zijn werk mogen exposeren in het Museum of Modern Art in New York.

De video-installaties van Mik laten vaak een alledaagse locatie zien als het vliegveld of het winkelcentrum. Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand, maar langzaamaan komt de absurditeit van de gekozen omgeving boven drijven. Want volgens de kunstenaar moet je er niet vanuit gaan dat op een doodnormale plek de dingen ook normaal hun gang gaan. En daarmee te beheersen zijn. Wat dat betreft, had men ook beter naar Mik kunnen luisteren. In zijn film ‘Middlemen’ uit 2001 toonde hij al hoe chaos heerst op de financiële beursvloer en deze daardoor uiteindelijk instort.

Toegepaste kunst

Atelier van Lieshout

Atelier Van Lieshout
De Bikinibar van Atelier Van Lieshout: het enige vrouwenlichaam dat je mag enteren zonder permissie.

Atelier Van Lieshout (AVL) is een internationaal bekend kunstcollectief en gevestigd aan de voormalige Rotterdamse tippelzone, de Keileweg. AVL is opgericht door de nu 49-jarige Joep van Lieshout die leiding geeft aan een verzameling kunstenaars en technici die zich vooral bezighouden met het creëren van sculpturen en omgevingskunstwerken. Volgens Van Lieshout is het AVL de ontmaskering van de mythe van de kunstenaar als ‘individueel, artistiek genie’.

De werken van AVL  bevinden zich op het grensvlak van kunst, architectuur en design. Een ijzeren, onverwoestbare cabine inclusief geïmproviseerd toilet als mobiel fort voor toekomstige oorlogen, een levensgrote schedel die men open kan klappen omdat binnenin een sauna zit en een meterslange, opblaasbare paarse spermacel waar bezoekers binnenin een bed en smal bureau aantreffen; Van Lieshout noemt zijn kunstwerken praktisch, ongecompliceerd en substantieel. En internationaal geliefd, had hij er ook bij kunnen zeggen, want de AVL-werken zijn te bewonderen in galerieën en musea van Moskou tot New York.

Jeroen Lesuis, jeroenlesuis@buitennederland.com

Foto’s: courtesy carlier | gebauer, courtesy Zeno X Gallery (fotograaf Wim Daneels), courtesy Galerie Zink, Wikimedia Commons en   Foter.com  

2 thoughts on “Wil de nieuwe Van Gogh alstublieft opstaan?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *