De SS’er die Nederland ontglipte

Waarom is oorlogsmisdadiger Klaas Faber na zijn vlucht naar Duitsland nooit meer achter de tralies gekomen? Die vraag stelt documentairemaker Levy Gideon in zijn tv-serie ‘LEVY en de laatste Nederlandse nazi’s’.  Een zeer boeiende vraag: want hoe kan het dat een SS’er, verantwoordelijk voor tweeëntwintig moorden in Nederland, afgelopen mei in vrijheid stierf op Duitse bodem?

De tv-aflevering van afgelopen maandag opent met Gideon Levy die vanuit Nederland een autoritje maakt naar het Duitse Ingolstadt. Gewoon om even te kijken waar die nou eigenlijk woont, die Klaas Faber, en hoe makkelijk het voor de politie moet zijn, mochten ze hem ooit nog willen oppakken. Het adres is niet zo moeilijk te vinden en algauw belt Levy, uitgerust met een verborgen camera in zijn bril, aan bij de flat van Faber. Maar de echtgenote doet open en vertelt dat haar man ziek is en geen tijd heeft om te praten. Ze beantwoordt wel nog een vraag van de journalist: was het leven zwaar voor het echtpaar na Fabers vlucht uit Nederland? ‘Ja’, zegt ze. ‘Mijn man heeft het gevoel dat hij heeft moeten boeten’. Daarna gaat de deur dicht.

Levy’s bezoek was ergens in januari dit jaar. Op 24 mei 2012 overlijdt Klaas Carel Faber op 90-jarige leeftijd. Precies twee weken voor de federale rechter in Ingolstadt uitspraak zou doen of de oorlogsmisdadiger alsnog zijn in Nederland verkregen straf moest uitzitten in een Duitse gevangenis. Maar met de dood neemt Faber zijn laatste ontsnappingsroute en zo is de oorlogsmisdadiger de Nederlandse autoriteiten alweer te slim af.

Dat laatste beeld blijft hangen in Levi’s documentairereeks: de oud-SS’er Faber die altijd uit de klauwen, of misschien beter gezegd, uit de hulpeloos graaiende armen van de Nederlandse regering weet te blijven. Om die geschiedenis in vogelvlucht te schetsen: in 1947 werden Faber en zijn broer opgepakt en veroordeeld tot doodstraf wegens het mishandelen en executeren van tweeëntwintig Groningse verzetsmensen en gijzelaars. De broer krijgt de kogel, Klaas Fabers straf wordt in ’48 omgezet naar levenslang. Hij gaat naar De Koepelgevangenis in Breda, maar weet via het luik in de kolenkelder samen met zes andere SS’ers te ontsnappen. De Nederlandse politie sluit onmiddellijk de Belgische grens af, maar de ontsnapten hebben een ander plan. Ze steken de grens over naar Duitsland. Wat blijkt: dankzij het in 1943 wettelijk ingevoerde Führererlass konden SS’ers beschikken over de Duitse nationaliteit en Duitsland levert haar landgenoten nooit uit. Oftewel, Faber zat veilig.

Het verhaal achter de nazi-wet

Nu is de schrijnende vraag die Levy stelt in zijn documentaire: waarom is Faber, een overduidelijke oorlogsmisdadiger, nooit meer achter de tralies gekomen? Het is namelijk wel geprobeerd, zij het nogal opmerkelijk onregelmatig. Sinds 2010 was de Nederlandse justitie weer bezig om Faber via het Europees Gerechtshof naar Nederland te krijgen, maar al die tijd daarvoor is er amper iets gedaan. Alleen in 1953, vlak na de ontsnapping, heeft de Nederlandse overheid om uitlevering gevraagd. De Duitsers wezen het af.

En dat levert weer een vraag op: waarom wilde Duitsland Faber niet uitleveren en hield men steeds vast aan het Führererlass? De Duitse openbaar aanklager van het gerechtshof in Ingolstadt kan het in de documentaire niet uitleggen. Dat wordt pijnlijk duidelijk  als Levy vraagt:  “Is het niet raar dat Hitler vanuit zijn graf nog steeds oud SS’ers kan beschermen?”  De officier van justitie kan alleen mompelen ‘dat oude wetten nou eenmaal gerespecteerd moeten worden’.

Dan weet historicus Friso Wielenga meer te vertellen. De aan de universiteit van Münster verbonden historicus komt in de documentaire aan het woord en vertelt dat de zaak Faber inzet werd van een steekspel tussen de geallieerden, Nederland en Duitsland. “Tijdens de bezetting van Duitsland door de geallieerden in de jaren veertig en vijftig wilde Duitland algauw zijn eigen soevereiniteit terug. Daardoor had de Bondsregering al snel door dat als ze Faber uitleverde aan de geallieerden, de bezetters hem weer teruggaven aan Nederland en Duitsland dus feitelijk niets meer te zeggen had. Om dat te voorkomen wisten de Duitsers de afspraak te maken met de geallieerden dat als Faber via het Führererlass de Duitse nationaliteit kreeg, de geallieerden de oorlogsmisdadiger aan Duitsland zouden overlaten. En dat geschiedde dus.”

Nederland werd door de geallieerden en Duitsers buitenspel gezet en daar viel volgens Wielenga weinig aan te doen. Er kwam enkel een boze brief van de Nederlandse regering over de gang van zaken. Maar zelfs daarin, laat Wielenga zien aan de hand van oude Buitenlandse Zaken-stukken, was de overheid gebonden. “In interne memo’s lees je dat toch niet onverstandige heren op het ministerie aangeven dat het niet veel nut heeft om Duitsland erop te wijzen dat zij nog steeds luistert naar nazi-wetten.”

Toch geen Duitse Nationaliteit

Zo lijkt er dus een logische reden waarom de Nederlandse regering het dossier Faber na de jaren vijftig jarenlang heeft laten stofhappen. Maar toch is er een curieus detail dat, jawel, alweer een vraag opwerpt. In de documentaire verschijnt Cees van Hoore die als journalist van het Haarlems Dagblad zich al jaren bezighoudt met de zaak Faber. Via omwegen heeft Van Hoore een oud rapport van een Duitse hoogleraar bemachtigd waarin staat dat Fabers Duitse nationaliteit op valse informatie is gebaseerd. Twee functionarissen van de Duitse immigratiedienst zouden indertijd voor de rechter een valse verklaring hebben afgelegd over niet-bestaande Duitse voorouders van Faber. Dat zou dus betekenen dat de oorlogsmisdadiger onterecht de Duitse nationaliteit heeft verkregen. Daarmee zou de Nederlandse regering alsnog om uitlevering van de SS’er kunnen vragen.

Maar de Nederlandse regering vraagt niet meer om een uitlevering. Niet in de jaren zestig, niet in de jaren zeventig, tachtig of negentig. En dat roept dan weer de grootste vraag van allemaal op: waarom heeft de Nederlandse regering veertig jaar lang niets meer gedaan? Was zij niet met bekend met het feit dat Faber zijn Duitse nationaliteit is gebaseerd op valse informatie? Of had het Faber-dossier zoveel hoofdpijn opgeleverd dat de overheid zich er niet meer mee wilde bemoeien?

Gerechtvaardigde vragen die helaas niet beantwoord worden door hen die over het recht gaan. Waar Gideon Levy voor zijn documentaire de Duitse autoriteiten, hoogleraren en journalisten kan spreken, wil niemand namens het Nederlandse ministerie van justitie voor de camera reageren. En Levy is niet de enige die bot vangt. Haarlems historicus Jan de Roos is bezig met een boek over het leven van Klaas Faber en eiste afgelopen maart bij de rechtbank dat hij inzage kreeg in het Klaas Faber-dossier dat bij het ministerie van justitie ligt. De rechter gaf hem deels gelijk: minister van justitie Ivo Opstelten moet meer informatie over Faber openbaar maken, maar de recente briefwisseling tussen de Nederlandse en Duitse autoriteiten over alsnog de uitlevering van Faber mag geheim blijven.

En dat laatste is slechts nieuws voor zowel de journalistiek als de geschiedschrijving. Want door het zwijgen van de Nederlandse autoriteiten blijft die ene vraag maar in de lucht hangen: waarom is het nooit meer gelukt om Klaas Faber achter de tralies te krijgen?

Jeroen Lesuis, Jeroenlesuis@buitennederland.com

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *