De Eerste Wereldoorlog in Nederland: vluchtelingen en spionnen

Nederland was in de Eerste Wereldoorlog geen strijdende partij, maar het land stond wel op zijn kop. Dit gebeurde er in Nederland tijdens de Grote Oorlog.

Mobilisatie

Nederland mocht dan neutraal zijn in de Eerste Wereldoorlog, vooral in de eerste maanden heerste er paniek en het gevoel dat Nederland toch wel eens aangevallen zou kunnen worden. De neutraliteit van België was immers ook gegarandeerd door onder meer Engeland, maar daar had Duitsland zich niks van aangetrokken. Daarnaast lag het slagveld in België niet ver van de Nederlandse grens, en kon de strijd gemakkelijk zich naar Nederland verplaatsen zonder dat daar daadwerkelijk de intentie voor was.

Daarom werd elke man onder de 40 die dienst had gedaan, opgeroepen. Ongeveer de helft van het leger was in het zuiden van Nederland te vinden, voor het geval de strijd in België daadwerkelijk de grens over zou steken. De grens werd afgezet met stroomdraad en hekken. Op de hei en in de duinen werd flink geoefend in het graven van loopgraven, maar gevochten werd er niet.

Eén miljoen vluchtelingen

In 1914 vluchten ongeveer een miljoen Belgen de Nederlandse grens over. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen leidt dat tot bizarre situaties. ‘De wegen raken vol met vluchtende massa’s, de grensdorpen vullen zich tot de laatste plaats’, staat er in een verslag van een provinciaal hulpcomité te lezen.

In eerste instantie moeten de vluchtelingen voor hun eigen onderkomen zorgen, maar dat blijkt al snel niet houdbaar. Daarom komen er kampen, waar verplicht moet worden gewerkt. Ongeveer een tiende van de gevluchte Belgen is aan het eind van de oorlog nog in Nederland. De rest keerde naar huis toen het geweld zich na oktober 1914 vooral in Frankrijk concentreerde.

Nederland, afluisterland

Het neutrale Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog een ideale plaats voor geheim agenten. Vooral Rotterdam was een ideale basis voor spionage voor de Duitse en Britse geheime diensten. Nederland maakte er dankbaar gebruik van, schrijft historicus Edwin Ruis. Nederland zette in die tijd een nieuwe inlichtingendienst op, de GSIV, die naast de militaire inlichtingendienst GSIII werkte.

De GSIV werd opgericht om grootschalig telegrafie, radio- en telefoonverkeer te onderscheppen. Niet alleen Nederlanders die de neutraliteit in gevaar konden brengen werden afgeluisterd, ook de buitenlandse geheim agenten die op het neutrale Rotterdam waren afgekomen. Nederland wist daardoor vaak precies wat de nieuwe stappen aan het front waren, maar deed daar, zolang het niet richting Nederlands grondgebied was, niets mee.

Nederlandse schepen getorpedeerd

Vier jaar lang bleef Nederland vrolijk handel drijven met zowel de centralen als de geallieerden. Zo had Duitsland lange tijd dankzij vliegtuigen van Fokker een overwicht in het luchtruim, leverde Nederland voedsel aan Duitsland en de Duitsers steenkool aan Nederland. Aan de andere kant vaart een flinke hoeveelheid handelsschepen nog altijd tussen Engeland en Nederland.

Tot irritatie van de Duitsers, die eerst alle handelsschepen die onder vijandelijke vlag torpederen, maar later het idee krijgen dat de Nederlandse handelsschepen smokkelen voor de Engelsen. Daarom wordt elk handelsschip dat tussen Nederland en Engeland vaart, aangevallen. Daar zijn naar schatting 1200 Nederlandse zeevaarders bij omgekomen. Nederlandse schepen voeren daarom om de Britse eilanden heen, en konden niet meer door het Suezkanaal om naar Nederlands-Indië te varen. Daarom werd de oude route weer opgepakt: om Afrika heen.

Asiel aan Wilhelm II

Aan het eind van de oorlog staat plots de Duitse keizer Wilhelm II aan de Nederlandse grens. De Amerikanen hebben als eis voor een wapenstilstand geëist dat Wilhelm II aftreedt, en na enige tijd vechten tegen de bierkaai besluit de keizer inderdaad af te treden en asiel aan te vragen in Nederland.

Dat werd toegekend, maar het leidde tot een flink politiek meningsverschil. Het kabinet was bang de geallieerden tegen het zere been te schoppen. Wilhelm II maakte zich daar ook zorgen over, en zijn vertrouwelingen zorgden voor een vervalst paspoort. Maar toen de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken er bij de onderhandelingen in Versailles achter kwam dat de geallieerden het er niet eens over waren of Wilhelm vervolgd moest worden, besloot Nederland het uitleveringsverdrag te weigeren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *